
Wet bodembescherming
Artikel 32
1
Gedeputeerde staten en Onze commissaris geven aan artikel 30 onderscheidenlijk artikel 31 geen toepassing - tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet - zonder aan de inspecteur en de burgemeester van de gemeente waar de verontreiniging, de aantasting of de directe gevolgen daarvan zich voordoen, de gelegenheid te hebben geboden hen terzake van advies te dienen.
2
Zij geven aan genoemde artikelen evenmin toepassing - tenzij de geboden spoed zich daartegen verzet - zonder aan de betrokkene de gelegenheid te hebben geboden binnen een daartoe te stellen termijn de verontreiniging of de aantasting en de directe gevolgen daarvan te beperken en zoveel mogelijk ongedaan te maken. Daarbij kunnen zij aanwijzingen geven met betrekking tot de wijze waarop zulks dient te geschieden.
3
Bij de beschikking waarbij een maatregel wordt genomen als bedoeld in artikel 30, wordt door gedeputeerde staten onderscheidenlijk Onze commissaris een termijn van ten hoogste een jaar gesteld, na het verstrijken waarvan de maatregel vervalt. Gedeputeerde staten kunnen zodanige termijn telkenmale voor ten hoogste een jaar verlengen indien naar hun oordeel de ernst van de verontreiniging, de aantasting of de gevolgen niet of niet in voldoende mate is verminderd.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.